Annemijn is druk bezig met het kneden van het deeg voor de raapsteeltaart. Een echt lente taartje want dan kun je overal raapstelen krijgen. Het recept komt uit het kookboek ‘Eten uit de Volkstuin’ van Marleen van Es.

Ingrediënten
Voor 4 personen
200 gram bloem
100 gram boter in blokjes
snufje zout
1 ei
1 eetlepel water
1 beschuitje
een bos raapstelen
1 bosui
3 eieren
200 ml slagroom
1 teentje knoflook
2 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas

Bereiden
Verwarm de oven voor op 200 graden.

Doe 200 gram bloem, 100 gram in stukjes gesneden boter en een snuf zout in een kom en kneed het tot een grof kruimeldeeg. Voeg het ei en een eetlepel water toe en kneed het tot een grote bal. Leg het een uurtje in de koelkast zodat je het straks makkelijk kan uitrollen.

Was de raapstelen en kook de raapsteeltjes in een paar minuten zacht. Snij de bosui in kleine stukjes. Klop drie eieren samen met de slagroom los.

Rol na een uurtje het deeg uit op een met bloem bestoven aanrecht. Leg het deeg in een taartvorm van ongeveer 22 cm. Verkruimel een beschuitje over het deeg. Leg de raapsteeltjes en de stukjes bosui in de taartvorm. Pers een teentje knoflook uit en verspreid het over de groenten. Giet het eimengsel over de raapsteeltjes. Bestrooi de taart met de geraspte parmezaanse kaas.

Bak de taart in het midden van de oven op 200 graden in ongeveer 30 minuten gaar.